Wat is de VRKI (Verbeterde Risicoklassenindeling)?
De VRKI (Verbeterde Risicoklassenindeling) 2.0 is het instrument waarmee beveiligingsbedrijven en verzekeraars een woning of bedrijf in vier risicoklassen indelen, met per klasse de passende beveiligingsmaatregelen. Voor een woning volgt de klasse uit de waarde van de attractieve inboedel, voor een bedrijf uit de attractiviteit en de waarde van goederen en inventaris. De VRKI 2.0 is niet wettelijk verplicht, en elke verzekeraar mag eigen eisen stellen.
Kernpunten
- De VRKI 2.0 is eigendom van het Verbond van Verzekeraars en wordt beheerd en uitgegeven door het CCV.
- De VRKI 2.0 deelt woningen en bedrijven in vier risicoklassen in, van klasse 1 met het laagste risico tot klasse 4.
- Een woning valt in klasse 1 tot en met €75.000 aan attractieve inboedel en in klasse 4 boven €175.000.
- Vanaf elektronisch niveau EL2 moet een alarmsysteem volgens de VRKI 2.0 op een erkende particuliere alarmcentrale zijn aangesloten.
- VRKI 2.0 versie 2026 geldt sinds 1 januari 2026, met een overgangstermijn voor versie 2025 tot 1 april 2026.
Waarvoor gebruiken verzekeraars de VRKI?
Verzekeraars gebruiken de VRKI om te bepalen welke beveiligingsmaatregelen bij een risico horen, en voor veel verzekeraars is ze een belangrijk instrument bij het bepalen van de premie van een inbraakverzekering. Het Verbond van Verzekeraars stimuleert de toepassing, maar een verzekeraar mag eigen eisen formuleren en daarmee van de VRKI afwijken.
Wat is het doel van de VRKI?
Het doel van de VRKI 2.0 is een globale inschatting van het risico op inbraak en diefstal, die bepaalt welke combinatie van beveiligingsmaatregelen bij een woning of bedrijf past. Door de VRKI toe te passen, komen beveiligingsbedrijven bij een gelijk risico tot gelijkwaardige beveiligingsconcepten.
De VRKI 2.0 is bedoeld voor standaardobjecten: de meest voorkomende woningen en bedrijven. Voor (zeer) grote of bijzondere objecten met een hoge waardeconcentratie, zoals sommige juweliers en musea, is maatwerk nodig. De VRKI 2.0 is ook geen erkennings- of certificatieregeling.
Wie bepaalt de VRKI-normen?
Het Verbond van Verzekeraars is eigenaar van de VRKI 2.0, en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) beheert en publiceert het document. Het Verbond ziet ook toe op de attractiviteitslijst, waarop goederen staan met de vermelding of ze laag, middel, hoog of zeer hoog aantrekkelijk zijn voor criminelen.
BORG-gecertificeerde beveiligingsbedrijven zijn verplicht de VRKI toe te passen bij elk ontwerp van en onderhoud aan een beveiligingsconcept, en installateurs met een VEB-erkenning hebben zich daar ook toe verplicht. Verwijst je polis naar de VRKI, dan gelden de VRKI-eisen voor jouw verzekering.
Welke risicoklassen kent de VRKI?
De VRKI 2.0 kent vier risicoklassen: klasse 1 is het laagste risico en klasse 4 het hoogste. Voor een woning bepaalt de waarde van de attractieve inboedel de klasse: audiovisuele en computerapparatuur, lijfsieraden, contant geld en waardepapieren, en bijzondere bezittingen zoals antiek, kunst, muziekinstrumenten en verzamelingen. De onderstaande tabel toont de risicoklasse van een woning per waarde van de attractieve inboedel.
| Waarde attractieve inboedel | Risicoklasse |
|---|---|
| Tot en met €75.000 | 1 |
| €75.001 tot en met €125.000 | 2 |
| €125.001 tot en met €175.000 | 3 |
| Meer dan €175.000 | 4 |
Wanneer geldt VRKI-klasse 1?
Klasse 1 geldt voor een woning met tot en met €75.000 aan attractieve inboedel. De VRKI 2.0 noemt daarvoor bouwkundige maatregelen met 3 minuten inbraakwerendheid (BK2), of functionerend hang- en sluitwerk (BK1) met een alarmsysteem op basisniveau (EL1, AT1 en RE1). Zo’n alarmsysteem mag bij een woning naar een bereikbare (mobiele) telefoon melden of alleen een sirene en flitslicht gebruiken.
Bestaand hang- en sluitwerk kan in klasse 1 dus volstaan, mits het goed functioneert en er een alarmsysteem bij komt. Compartimentering of meeneembeperkende maatregelen zijn ook een mogelijk uitgangspunt.
Wanneer geldt VRKI-klasse 2?
Klasse 2 geldt voor een woning met €75.001 tot en met €125.000 aan attractieve inboedel. Elke combinatie in deze klasse bevat een alarmsysteem op niveau EL2, aangesloten op een erkende particuliere alarmcentrale (PAC) die bij een alarm de sleutelhouders inschakelt.
Daarbij hoort 3 minuten inbraakwerendheid (BK2), of functionerend hang- en sluitwerk (BK1) aangevuld met compartimentering of meeneembeperkende maatregelen met 3 minuten weerstand. Bij woningen mag BK2 ook met het Politiekeurmerk Veilig Wonen worden gerealiseerd.
Wanneer geldt VRKI-klasse 3?
Klasse 3 geldt voor een woning met €125.001 tot en met €175.000 aan attractieve inboedel. De combinaties vragen organisatorische maatregelen die op het risico zijn toegespitst (O2), alarmtransmissie via twee paden (AT3) en een alarmsysteem op EL2 of EL3.
De bouwkundige eis is 5 minuten inbraakwerendheid (BK3) bij een EL2-alarmsysteem, of 3 minuten (BK2) bij een EL3-alarmsysteem. Met alleen functionerend hang- en sluitwerk (BK1) komen er bij een EL3-alarmsysteem ook compartimentering of meeneembeperkende maatregelen met 3 minuten weerstand bij.
Wanneer geldt VRKI-klasse 4?
Klasse 4 geldt voor een woning met meer dan €175.000 aan attractieve inboedel en vraagt maatwerk in overleg met de verzekeraar. Het minimum is 3 minuten inbraakwerendheid (BK2), een alarmsysteem op EL4, alarmtransmissie op AT4, opvolging door een erkende particuliere beveiligingsorganisatie (RE3) en compartimentering of meeneembeperkende maatregelen met 5 minuten weerstand.
Bij klasse 4 gaat het intakedocument altijd ter ondertekening naar de verzekeraar. Een mistgenerator valt in de VRKI 2.0 onder de meeneembeperkende maatregelen.
Welke beveiligingseisen stelt elke VRKI-risicoklasse?
Elke risicoklasse vraagt een combinatie van organisatorische (O), bouwkundige (BK), elektronische (EL), alarmtransmissie- (AT) en reactiemaatregelen (RE), soms aangevuld met compartimentering (CO), meeneembeperkende maatregelen (ME) of schildetectie (SD). Per klasse kiest het beveiligingsbedrijf een van de combinaties die de VRKI 2.0 daarvoor geeft.
Welke mechanische eisen stelt de VRKI aan hang- en sluitwerk?
De VRKI 2.0 kent vier bouwkundige niveaus: BK1 is functionerend hang- en sluitwerk met gevelelementen van goede kwaliteit, BK2 vraagt 3 minuten inbraakwerendheid, BK3 5 minuten en BK4 10 minuten. Welke ramen en deuren bereikbaar zijn en dus aan de eis moeten voldoen, bepaalt NEN 5087.
Voor BK2 moeten bereikbare ramen en deuren voldoen aan NEN 5089 met BRL 3104 voor het hang- en sluitwerk, of aan weerstandsklasse 2 van NEN 5096. BK3 vraagt weerstandsklasse 3 van NEN 5096 en BK4 weerstandsklasse 4 volgens NEN-EN 1627. Vanaf BK2 is cilinderkerntrekbeveiliging verplicht. De SKG-klasse van het hang- en sluitwerk geeft aan voor welke weerstandsklasse een product geschikt is, en SKG-gecertificeerde sloten dragen dat keurmerk op het product.
Welke elektronische eisen stelt de VRKI aan alarm en detectie?
De VRKI 2.0 kent vier elektronische niveaus: EL1 en EL2 vragen componenten van security grade 2, EL3 grade 2 bij woningen en grade 2 of 3 bij bedrijven, en EL4 grade 3 met maatwerk. Vanaf EL2 moet de alarminstallatie altijd op een erkende particuliere alarmcentrale zijn aangesloten; alleen bij EL1 mag die aansluiting ontbreken.
Ruimtelijk werkende bewegingsmelders van het type anti-masking, die afdekken signaleren, zijn bij woningen op EL4 een eis en bij bedrijven vanaf EL3. Een draadloos systeem is bij woningen toegestaan tot en met EL3 en bij bedrijven tot en met EL2. Op elk niveau hoort minimaal één onderhoudsbeurt per jaar, en vanaf EL2 volgt de aangesloten meldkamer elk alarm op.
Welke organisatorische eisen stelt de VRKI?
De VRKI 2.0 kent twee organisatorische niveaus: O1 omvat de standaardmaatregelen en O2 voegt daar een omschrijving aan toe van specifieke maatregelen die op het risico zijn afgestemd. Voorbeelden uit de VRKI 2.0 zijn sleutelbeheer, een sluitronde, het merken en registreren van waardevolle zaken, het voorkomen van zichtbare afwezigheid, beveiligingsverlichting en huisregels.
Bij een aansluiting op een alarmcentrale hoort ook de registratie van het in- en uitschakelen. Voor woningen vragen de combinaties vanaf klasse 3 niveau O2.
Welke versie van de VRKI 2.0 geldt?
Sinds 1 januari 2026 geldt VRKI 2.0 versie 2026, met publicatiedatum 1 december 2025. De VRKI 2.0 bestaat uit deel A, waarmee de risicoklasse wordt bepaald en de beveiligingsmaatregelen worden gekozen, en deel B, dat de niveaus van de beveiligingsmaatregelen omschrijft.
Gold er een overgangstermijn voor VRKI 2.0 versie 2026?
Ja, tot 1 april 2026 mocht naast versie 2026 ook VRKI 2.0 versie 2025 worden gebruikt. Projecten die al in uitvoering waren, mochten doorgaan, en nieuwe plannen en offertes werden alleen op versie 2026 gebaseerd. Delen van beide versies mogen niet worden gecombineerd.
Wat betekent een nieuwe VRKI-versie voor een bestaande installatie?
Voor een bestaande installatie gelden de eisen uit je polisvoorwaarden, en daarin staat welke versie je verzekeraar hanteert. Verandert het risico, bijvoorbeeld doordat je meer attractieve spullen in huis hebt, dan kan dat volgens de VRKI 2.0 tot andere beveiligingsmaatregelen leiden.
Bij verlenging of wijziging van je polis kan je verzekeraar nieuwe eisen stellen. Neem contact op met je verzekeraar om na te gaan of jouw installatie nog voldoet, zodat je bij een claim niet voor verrassingen komt te staan.
Hoe wordt je VRKI-risicoklasse bepaald?
Voor een woning bepaalt de waarde van de attractieve inboedel de risicoklasse, voor een bedrijf de attractiviteit van goederen en inventaris samen met hun inkoopwaarde. Het beveiligingsbedrijf legt dat vast in het intakedocument, dat bij elk beveiligingsplan verplicht is.
Welke VRKI-klasse hoort bij de waarde van je inboedel?
Tot en met €75.000 aan attractieve inboedel valt een woning in klasse 1, van €75.001 tot en met €125.000 in klasse 2, tot en met €175.000 in klasse 3 en daarboven in klasse 4. Het gaat om de waarde van de attractieve zaken, niet om het totale verzekerde bedrag.
Een BORG-gecertificeerd beveiligingsbedrijf bepaalt de risicoklasse met de VRKI 2.0 en voert de passende maatregelen uit. BORG is niet wettelijk verplicht, maar verzekeraars eisen het vaak. Voor zo’n gecertificeerde installatie kun je een offerte bij een erkend beveiligingsbedrijf aanvragen.
Waarom telt het type goederen mee voor de VRKI-klasse?
Het type goederen telt mee omdat de VRKI 2.0 bij een woning alleen de attractieve zaken meerekent: spullen die gemakkelijk mee te nemen en goed te verhandelen zijn, zoals sieraden, contant geld, computers en kunst. €20.000 aan sieraden telt dus mee voor de risicoklasse, €20.000 aan meubels niet.
Bij een bedrijf geeft de attractiviteitslijst per soort goed aan of het laag, middel, hoog of zeer hoog aantrekkelijk is. Zijn er goederen met verschillende attractiviteit, dan geldt de hoogste risicoklasse die eruit volgt.
Telt de locatie mee voor je VRKI-klasse?
Nee, voor een woning niet: de risicoklasse volgt in de VRKI 2.0 alleen uit de waarde van de attractieve inboedel. Bij een bedrijf telt wel mee waar de goederen zich bevinden: voor eigen gebruik, in een winkel of showroom of in een magazijn.
De omgeving speelt wel mee bij de keuze van maatregelen: een bedrijf waar nauwelijks sociale controle is, kan in klasse 1 niet volstaan met alleen organisatorische en bouwkundige maatregelen. Verzekeraars kunnen de ligging daarnaast meenemen in hun eigen voorwaarden. Hoe sterk het aantal inbraken per gebied verschilt, laten de regionale inbraakcijfers per provincie zien.
Waarin verschilt de VRKI voor particulieren en bedrijven?
Voor een woning telt alleen de waarde van de attractieve inboedel, voor een bedrijf ook de attractiviteit van elk soort goed. Een bedrijf met €10.000 tot €100.000 aan goederen met een hoge attractiviteit valt in klasse 2, met een zeer hoge attractiviteit in klasse 3. Zeer hoog attractief zijn onder meer mobiele telefoons, laptops en tablets, foto- en filmapparatuur en contant geld.
Ook de eisen verschillen. Een draadloos alarmsysteem is bij bedrijven alleen tot en met EL2 toegestaan, anti-masking detectoren zijn bij bedrijven al vanaf EL3 verplicht, en een EL1-alarmsysteem moet bij een bedrijf naar een (mobiele) telefoon doormelden. Voor een bedrijf komt het daardoor vaak neer op een complete BORG-gecertificeerde installatie inclusief meldkamerverbinding.
De kosten voor zakelijke beveiliging liggen navenant hoger. Een BORG-gecertificeerde installatie kost tussen €1.500 en €6.000+, afhankelijk van hoe groot en ingewikkeld de installatie is. Daar komen jaarlijkse onderhouds- en meldkamerkosten bij van €15 tot €45 per maand.